Hollandse Meesters – Vragenvuur

Vragenvuur met Pieter Duker

Pieter DukerIn de derde aflevering van Vragenvuur staat Pieter Duker centraal: psycholoog, emeritus bijzonder hoogleraar orthopedagogiek en hoofd onderzoek SeysCentra. Op 24 september 2013 werd hij geïnterviewd in de Utrechtse Sterrenwacht. Belangrijke onderwerpen waren zijn  recente boek ‘Afscheid nemen van autisme en ADHD’ en de psycholoog Daniël Kahneman die zijn grote inspiratiebron is.

 

Expertinterview

Expertinterview met Pieter Duker

Expertinterview met Pieter Duker

Tijdens het interview gaat Pieter Duker in op het gedachtegoed van Kahneman waarin het denken in systeem 1 en systeem 2 centraal staat. Systeem 1 staat voor het snelle denken en intuïtief reageren. Dat maakt dat je direct een oordeel hebt over een persoon. Systeem 2 staat voor het reflectieve denken en het gebruik maken van kennis. Ofwel even overdenken wat het resultaat is van systeem 1. Duker geeft aan dat de DSM een diagnostisch instrument is waarbij alleen wordt gekeken naar de verschijningsvorm van gedrag, terwijl het belangrijker is om te kijken naar de functies van gedrag. De DSM is volgens hem ook nooit bedoeld als diagnostisch instrument, maar als classificatie-instrument.

Verder stelt Pieter Duker dat de ‘confirmation bias’ een typisch voorbeeld is van het denken in systeem 1. Als je vermoedt dat iemand autisme heeft, ga je op zoek naar factoren die dat bevestigen, want “het zal wel zo zijn”. In ons rechtssysteem heeft dat geleid tot tunnelvisies en gerechtelijke dwalingen in zaken als de Puttense moordzaak, de Schiedammer parkmoord en de Zes van Breda. Daarom pleit Pieter Duker voor falsificatie van feiten in plaats van confirmatie.

In zijn eigen boek waarin hij afscheid neemt van autisme en ADHD maakt Duker onderscheid tussen prikkelzoekers en prikkelmijders. Prikkelzoekers zijn mensen die altijd op zoek gaan naar nieuwe prikkels. Hij legt de parallel met de ontdekkingsreizigers die naar Amerika vertrokken om hun grenzen te verleggen. Prikkelmijders krijgen constant teveel prikkels en proberen deze zoveel mogelijk te vermijden. Dat zie je terug in de keuzes die zij maken om voor zichzelf een goede omgeving te creëren, bijvoorbeeld als het gaat om partner en het aantal kinderen.

Onze maatschappij heeft de neiging om mensen met ADHD – die onverzadigbaar zijn als het gaat om nieuwe prikkels – “ziek” te noemen. Volgens Duker verandert er heel veel als je het label ADHD krijgt. Dat is van invloed op de houding van de docent, hoe er over je wordt gesproken op het schoolplein, etc… Positieve prestaties van iemand met ADHD worden dan uitsluitend toegeschreven aan het gebruik van Ritalin…Daarom pleit Pieter Duker ervoor om uiterst voorzichtig om te gaan met het plakken van etiketten als ADHD en autisme. Hij is voorstander van een andere manier van denken als het gaat om overprikkeling en onderprikkeling van mensen en de interactie met de omgeving. 

Vragen(v)uur

In het tweede deel van het Vragenvuur stelt het publiek in de collegezaal vragen aan Pieter Duker. Hoe zit het bijvoorbeeld met de interactie tussen ouder en kind als je kind onderprikkeld is. Vaak gebeurt het dan dat een ouder tegen het kind zegt “doe eens rustig”, terwijl je volgens Duker bij onderprikkeling het beste gecontroleerd extra prikkels kunt aanbieden. Bijvoorbeeld door de radio aan te laten bij het huiswerk maken, door kinderen in de klas voor een spiegel te laten werken. Daarmee kun je probleemgedrag voor zijn. Van belang is ook dat er een goede match is tussen onder- en overprikkelde leerlingen en hun begeleiders. Deze begeleiders kunnen zorgen voor het juiste prikkelniveau.

Vragen uit de zaal voor Pieter Duker

Vragen uit de zaal voor Pieter Duker

Een zorgprofessional in de zaal laat weten dat labels vaak nodig zijn om geld van zorgverzekeraars voor een behandeling te krijgen. Pieter Duker onderkent dit probleem. Hij is van mening dat beroepsgroepen dat zelf kunnen oplossen door aan de bel te trekken. Dat kan voor een kentering zorgen.

Op een vraag wat hij het CCE mee kan geven, antwoordt Duker dat het van belang is om te blijven studeren en feitelijke kennis bij te houden. Dat geldt zowel voor coördinatoren, consulenten als casemanagers. De leergang voor gedragskundigen die het CCE onlangs is gestart, ziet hij als een positieve ontwikkeling. Toch vindt hij dat bij het CCE nog te veel wordt gedacht in systeem 1. Hij is van mening dat inzichten moeten worden onderworpen aan een empirische toets. Alleen de combinatie van systeem 1- en systeem 2-denken geeft een antwoord op de functie van probleemgedrag. Waarnemingen zijn nog te vaak gebaseerd op indrukken en niet op feiten en onderzoek. Het interventieproces moet beter onderbouwd en gecontroleerd worden. Dat vraagt om “andersom denken”.

Tot besluit adviseert Pieter Duker de aanwezigen om het boek van Kahnemann te lezen. Deze tip werd direct opgevolgd door een van hen, getuige een reactie op de Facebookpagina van het CCE: “Inspirerende middag in Utrecht gehad, ben erg benieuwd naar het verslag! ‘Thinking fast and slow’ van Daniël Kahnemann besteld uiteraard”.