Hollandse Meesters – Vragenvuur

Terug in de collegebanken met Jan Rispens

JR-02-(bewerkt)Jan Rispens was hoogleraar in Groningen, Leiden en Utrecht. Niet alleen theoretisch is hij zeer actief geweest, maar hij is ook een vakman met hart voor de professionalisering van de orthopedagogiek. Alle huidige orthopedagogen zijn met hem ‘groot geworden’ en iedereen die er in de Nederlandse orthopedagogiek toe doet, heeft hij gekend. Daarom mocht Jan Rispens niet ontbreken tussen de grote namen die de Hollandse Meesters vormen. Een gesprek over de functie van wetenschap in belangrijke menselijke aangelegenheden en over de orthopedagoog als vakman.

Expertinterview

Met een artikel uit The Observer van vorig jaar duiken we meteen in het diepe: kan de wetenschap een antwoord geven op belangrijke levensvragen? De wetenschap koloniseert de filosofie en waarom-vragen zijn veranderd in hoe-vragen. Maar betekent dit dat de waarom-vragen zullen verdwijnen? In een rap tempo citeert Rispens wetenschappers, filosofen en opvattingen, maar interviewer Bert Henderikse haalt hem terug bij de oorspronkelijke vraag: op welk standpunt staat Rispens nu zelf? Bepaalde vragen kunnen niet door de wetenschap beantwoord worden, vindt Rispens. Dat geldt bijvoorbeeld voor morele aangelegenheden, alhoewel de wetenschap bepaalde morele standpunten wel heeft beïnvloed. Ook ten aanzien van het bewustzijn – de individuele beleving – zijn er problemen, zo stelt hij. “Darwin kan niet alles verklaren. Daarvoor is het bewustzijn evolutionair gesproken veel te snel ontstaan.” Een probleem is dat we taal nodig hebben om de werkelijkheid te beschrijven en taal is niet eenduidig. Daarom is het essentieel om te kwantificeren om eenduidigheid te bereiken. “Het taalprobleem moet zo veel mogelijk uitgeschakeld worden. Maar ik kan leven met het onopgeloste probleem van bijvoorbeeld het ontstaan van bewustzijn.”

We gaan verder de diepte in. Na een reeks vragen van de interviewer bekent Rispens zich als een reductionistisch materialist: iemand die de overtuiging heeft dat uiteindelijk of principieel alle geestelijke activiteit van de mens is terug te brengen tot materie.

Al in de jaren zestig was Rispens van mening dat orthopedagogen moeten professionaliseren, onder andere door systematisch een kennisbestand te ontwikkelen en te classificeren. De classificatie van cliënten zoals in de psychologie of de psychiatrie kán gebruikt worden, maar een eigen orthopedagogische classificatie is aangewezen. De poging van Kok (vraagstellingstypen) is een goed voorbeeld, maar deze heeft geen blijvende impact gehad. De veel gehanteerde term POS (Problematische Opvoedingssituatie) als aanduiding van het object van de orthopedagogiek voldoet niet. “Dat vond je in 1990 ook al”, werpt Henderikse tegen. “What the hell is een situatie?”, vraagt Rispens. “Ik heb hier een onoverkomelijk probleem mee.” Elementair voor de professie van orthopedagoog vindt hij het samengaan van afstand nemen en jezelf hanteren als persoon. “Je probeert achter de beleving van de cliënt te komen en dat uit te tillen boven het puur subjectieve.” Concrete, hedendaagse aanbevelingen ter bevordering van professionaliteit: het bijhouden van een logboek en netwerken met collega’s.

Bekijk een kort fragment uit het interview

 

Vragen uit publiek

In de zaal zitten mensen die de boeken van Rispens goed gelezen hebben. De eerste vraag gaat dan ook over zijn visie op wetenschapsbeoefening. “Ik ben wel een beetje anders dan vroeger”, zegt Rispens. “Meer dan vroeger ben ik methodischer geworden.” De nadruk van het Vragenvuur komt al gauw op het vakmanschap te liggen. Rispens is ervan overtuigd dat het vak niet verder zal komen zonder gestandaardiseerde gegevens en een goed kennisbestand. “In veel instellingen kan er meer dan nu. Er kan veel meer worden samengewerkt tussen en binnen instellingen. Er kunnen afspraken gemaakt worden over varianten in een casusregister. Wat werkt er en vooral: wat werkt niet? Nu worden er methodieken gebruikt zonder enige empirische onderbouwing, vaak enkel gebaseerd op de ervaringen van één persoon met een relatief klein aantal casussen.” Volgens Rispens is hier een rol weggelegd voor het CCE om professionals te laten reflecteren en dat vast te leggen. “Als je dat nou een jaar doet; niet pretentieus maar wel systematisch en kritisch…”

 

 

 

Reageer